mijn vriend Steven Kwint

Op de normaalschool opleiding voor tekenleraren leerde ik Steven Kwint voor het eerst kennen op de openingsavond in de aula, een soort kapelachtige ruimte waar links en rechts in plaats van heiligenbeelden twee Griekse godenbeelden stonden: links Apollo en rechts Venus. Hij zat even beneden het beeld van Venus in een blauwe boerenkiel, zoals Vincent van Gogh op verschillende zelfportretten draagt. Verder kortgeknipt lichtrood haar en baardje. Ik raakte met hem in gesprek en het bleek, dat hij in de academieklas zou komen, terwijl ik naar de dagschool ging. Hij was ongeveer mijn leeftijd en de meeste leerlingen waren 10 jaar jonger dan ik. Steven kwam uit Elst en had de Arnhemse Academie afgemaakt.

Eind 1959 ( ik was intussen weggestuurd van de opleiding) kwam ik hem opnieuw bij Kunstkontakt tegen in de Van Campenstraat, een kunstuitleen en galerij van de legendarische en beruchte kunsthandelaar Rob Rozemond. Ger Langeweg had mij daar aanbevolen. Tijdens mijn schoolperiode aan de Hobbemakade op de hoek van het Rijksmuseum, had de galerij een naakt, een olieverf van mijn hand in de etalage gezet als blikvanger, hetgeen ook lukte, aangezien de leraren van de tekenschool hier langs kwamen en om de hoek in het artiestencafé koffie gingen drinken. Toentertijd werd het de leerlingen verboden te exposeren en daarom moest ik op rapport komen bij de directeur Janssen. In 1962 had Steven een solo-expositie in Kunstkontakt en de laatste dag was de inrichting nog niet klaar. Steven vroeg mij te komen helpen en vlak voor de opening door Charles Wentinck kropen wij nog over de vloer om het tapijt vast te spijkeren. Eugène Brands die een lezing met jazzplaten zou houden keerde niet meer terug. Zo begon een lange vriendschap.

Ik was intussen verhuisd van de Bloemgracht naar de Handweg 5, een oud pand gelegen aan de Poel in Amstelveen. Het was het oude tolhuis uit de zeventiende eeuw, met bomen omzoomd en met een soort schiereiland erachter met bouwmateriaal van de huisbaas. Hier kwam Steven vaak met vrienden op bezoek, o.a. Ria R. Hij had haar in de schilderklas ontmoet en ze werd zijn muze. Toen zij in verwachting was, werd zij van de Academie gestuurd door prof. Vroom en Steven woonde samen met haar op Wittenburg. Hij had er nogal moeite mee, dat het kind niet van hem was. In die tijd was hij ernstig ziek, moest opgenomen worden en toen wij exposeerden bij St. Lucas in de nieuwe vleugel van het Stedelijk in 1963 vertrok hij eerder met een beurs naar Zuid-Frankrijk. Ondertussen had hij mij geadviseerd in de BKR te komen. Dat lukte na een keer afgewezen te zijn.

We hadden afgesproken samen naar Barcelona te gaan met vakantie. Ik kwam liftend uit Bretagne waar ik geschilderd had naar Montpellier en wachtte hem daar op in de Cité Universitaire. Ik had weliswaar geen beurs, maar deed alsof ik daar logeerde. Samen reisden we per trein en vonden een pension met maaltijd vlakbij de Paseo Gracia. Wel een chique buurt, maar de kakkerlakken renden in de douche in het rond en in de slaapkamer werd ik een prooi voor de wandluizen; mijn bed stond onder het kruis, 'een plek voor jou', zei Steven, ik was van het houtje, zoals hij wat plagend zei. Ik kreeg behoorlijk koorts en werd behandeld door de hospita met een soort poeder en toen zijn we naar het Plaza Real gelopen om flink wat reuze pilsen te drinken, de zogenaamde campions glazen van vijf liter. Het hielp wel tegen de gloeiende jeuk.

Later bezochten we het Museo Picasso in de Barrio Gótico, de Barrio Chino (nu gesaneerd, een soort Walletjes in het kwadraat) en een grote tentoonstelling Arte de America en España, waar we voor de eerste keer Pop-art zagen van Noord- en Zuid-Amerika en Spanje. We waren binnengeloodst door een Spaanse schilder, die ook exposeerde, maar zijn naam niet noemde. Het was augustus 1963. Later had het Haags Gemeentemuseum de eerste manifestatie van Pop-art en nieuwe figuratie. Steven ging terug naar Montpellier i.v.m. zijn beurs. Aangezien ik financieel wat moeilijk zat, moest ik een baantje zoeken en heb dagen tussen de werklozen gezeten, totdat ik een tijdelijke aanstelling met werkvergunning kreeg in een hotel aan de Costa Brava, waar ik meteen in de keuken werd gezet als bordenwasser etc. Een ware belevenis, van acht uur 's morgens tot tien uur 's avonds met uitzondering van de siësta, slecht betaald werk. Alleen bijzonder aardige mensen en goed van eten en drinken. Zelfs nog een dag meegestaakt en loonsverhoging gekregen. Het was ook een kijkje in de Spaanse sociale keuken. Na een maand keerde ik terug naar Amstelveen.

Toen Steven terugkwam uit Madrid en Toledo kwam hij weer regelmatig op bezoek en begeleidde mij. Toen ik trouwde met Corrie vanuit een kraakpand in Wittenburg, kwam hij als huwelijkscadeau aan met mijn portret. We namen een poosje onze intrek op zijn atelier in Slotermeer. Daarna kreeg hij een atelier in de Palmdwarsstraat en in een oud schoolgebouw in de Tweede Nassaustraat en gaf mij een tip dat daar nog een lokaal vrij was. Na enkele relaties trouwde Steven ook, met Rens. Op zijn atelier maakte Steven veel portretten, o.a. van Ben Webster. Helaas was 1973 een dramatisch jaar, politiek en persoonlijk: staatsgreep in Chili, Ben Webster stierf plotseling aan een beroerte en dat greep hem erg aan. Steven werd erg depressief, ging veel drinken en ik moest hem in de gaten houden. Tijdens zijn reis in Bretagne is hij verongelukt op 18 september 1977. Hij maakte een fatale val en kreeg een hersenbloeding. Vanuit Groningen werd ik door Kees Pouw opgebeld en hoorde het vreselijke nieuws. Zo eindigde een lange vriendschap met een bijzonder mens en kunstenaar. In Fodor kreeg hij postuum een tentoonstelling met anderen, uitlopers van het expressionisme; een schitterend overzicht van een te kort leven 

Paul Werner.


Swingende penselen
- over de schilderswijze van Steven Kwint -

Alvorens een portret in olieverf op te zetten, begon Steven Kwint al pratend eerst schetsjes van het model te maken. In mijn geval een reeds beschilderd doek, waarop in brede vegen snel de contrasten werden opgezet, in expressieve vormen. De eerste schets werd niet streng gevolgd maar veranderde langzaam in vrijere vormen. Vele sessies volgden daarna, waarbij het psychisch karakter werd aangeduid, zoals hij dat bij uitstek kon, vrij van academisme.

Onder begeleiding van de blues van Bessie Smith, Billie Holiday en vele anderen. Ook draaide Steven veel platen van Ben Webster, die op zijn atelier aan de Brouwersgracht in de zestiger jaren vele malen poseerde, terwijl Ben op zijn saxofoon solo's speelde bij een bandrecorder met opnames van Duke Ellington, Lester Young e.a. Hier zette hij op een groot doek Vlaams schilderlinnen (grof weefsel) met paletmes en grote keukenmessen, grote kleurvlakken op in primaire kleuren op een witte achtergrond. Waarna de penselen op de klanken van Bens saxofoon begonnen te swingen over het doek en contouren begonnen aan te geven. De klanken van de muziek gingen over in lijnen en kleuren: jazz in beeld, bij mijn weten uniek in Nederland. Het is meer dan het uitbeelden van jazzmusici (zoals Piet Claasen of Sam Middleton met abstracte vertalingen). Vele zittingen waren nodig. Partijen werden weggehaald en weer pasteus gemaakt op cruciale plekken. Kobaltblauw, ultramarijn, kobaltviolet, Van Gogh verf en Mussini hoofdzakelijk, cadmiumgeel en oranje, alizerine kraplak. Vervolgens werden bepaalde plekken verdund met een fixeerspuitje, waardoor een transparante werking ontstond van diverse onderliggende kleuren.

Hier ontstond ook een groot schilderij van zijn ouders, eerst vrij figuratief opgezet, vervolgens steeds meer als een geëmailleerd groenachtig reliëf als de zee rustig kabbelend tussen de twee figuren. In de pauzes werd de keel gesmeerd om in de mood te blijven. Ook herinner ik mij een nacht daar na een Jordaan festival onder een Goya-achtige processie van dreigende koppen te hebben gelegen in een slaapzak (ik woonde toen in Amstelveen), pinturas negras gelijk. Het was ook de tijd van Cobra en Appel, maar dan toch meer Soutine en Kokoschka. Iedere schilder staat weer op de schouders van zijn voorgangers, placht Steven te zeggen. Ook was hij wel zeker geëngageerd; naar een lied van Billie Holiday 'Strange Fruit' maakte hij een dreigende aanklacht tegen het racisme in de Verenigde Staten, een hommage aan Cassius Clay (Steven hield evenals Soutine van boksen), over Vietnam etc.

In een oud schoolgebouw in de 2e Nassaustraat, ('Het Kafka-paleis', zoals ik het noemde), waar een lugubere sfeer hing en ca. 40 schilders, beeldhouwers en grafici zich moesten handhaven temidden van verslaafde 'collega's', waar onder andere Ben de Bij het slachtoffer van is geworden, had Steven evenals ondergetekende op de derde verdieping, de ergste, een atelier. Onder soms moeilijke omstandigheden ontstonden grote werken en portretten van o.a. Ger Langeweg, de fotograaf Edward van der Hoek en leden van de Noord-Hollandse Kunstraad. Een eerste versie van de Kunstraad in karikaturale opvatting werd overigens geweigerd. Verder Jan Kassies, met rode stropdas, de familie Werner, Corrie links in verwachting van Vladimir, dan Vincent met blonde ponykop tegen rode stoelleuning, dan in het karmijnrood ikzelf en kleine Steven met open mond roepend in mijn oor, een zelfportret in wit vierkant op de voorgrond, links boven in emeraldgroen een droef kijkende kop (van Steven Kwint zelf). Vele malen heb ik geposeerd. Later belde hij mij nog een keer af voor het laatst als Bavink, met een zon onder de arm (bij Nescio heeft de schilder Bavink de zon in een schoenendoos onder de arm, terwijl hij langs het hek van het Oosterpark wandelt, in 'De Titaantjes'). Dit schilderij in felle oranje en gele kleuren hing in Fodor in 1978 op de postume overzichtstentoonstelling. Rens als Kniertje, Rosita, my love, een enorm doek, wat als achtergrond hing tijdens ons poseren.

Al dansend op jazzmuziek ontstonden er portretten, die van zeer persoonlijke visie en stijl waren en waaruit men altijd de persoon haalde, die uitgebeeld was in vlekken en in kleurbanen gemoduleerd. Op de Brouwersgracht stond verder nog een grote Krause-lithopers, waar veel steendrukken in zwart-wit en kleur ontstonden en waarvan hij aan vrienden soms afdrukken cadeau deed op verjaardagen, zoals 'Aardmannetje', 'Het gouden vrouwtje', etc. 

Een muurschildering met Theo Linneman in de Van Hallstraat is enige jaren geleden verdwenen na nieuwbouw op het terrein van de gasfabriek. Landschappen ontstonden meestal tijdens zijn vele verblijven in Frankrijk. In Le Rousillon, Spanje, Toledo, waar hij een groot bewonderaar was van de eveneens met swingende zigzaggende figuren schilderende El Greco. Onder zijn vele vrienden waren Han Veelders, Ria Rettich noordelijke Venus), Marianne de G., Pieter de Defesche, die niet altijd begreep, wat een toch meer getourmenteerde schilder bezighield en daarvan helaas een keer uiting gaf in een zeer negatieve brief. Sandberg was een bewonderaar van zijn werken, het Stedelijk heeft verschillende werken in bezit.

Paul Werner